Home Inspiratie Leestips – Door Karen Wuytens

Leestips – Door Karen Wuytens


Rik Van Puymbroeck

Uitgeverij De Bezige Bij


Op de laatste avond van oktober 1984 ziet een jongen hoe zijn beste vriend verongelukt. Het is zijn laatste avond als kind, voortaan moet hij flink zijn en vooruitkijken. Maar wel met een verdriet dat aan niemand uit te leggen is, met schuldgevoel, met rouw, met gemis, en met de dood die er niet genoeg van krijgt. En dat verlies is het begin…

Treurwil stroomt over van verdriet, maar ook van troost en medeleven. Puymbroeck neemt me mee naar de cruciale kruispunten in zijn verleden, waardoor ik niet alleen een inkijk krijg in zijn gedachten, maar ook zijn gemis, zorgzaamheid, en liefde tot in de kleinste vezels van zijn en mijn lichaam voel. Het boek wemelt van verwijzingen naar schrijvers, muziek en gebeurtenissen, wat zorgt voor een ongelooflijke herkenbaarheid. Ik vraag me af of het toeval is (Philippe Claudel, mijn favoriete schrijver, en Arno’s vertaling van Randy Newman die ooit onze openingsdans was).

Onbekende elementen dagen me uit om het verhaal even opzij te leggen en verder te graven. Warmte en herkenning overheersen. Het valt op hoe eenzelfde gevoeligheid op verschillende manieren ervaren kan worden, en Puymbroeck wordt daardoor iemand naar wie ik uren zou kunnen luisteren. Als alternatief zet ik zijn Spotifylijst ‘Treurwil’ op en duik ik gezellig onder een dekentje verder in zijn boek. Het voelt als een reis door gedeelde emoties en persoonlijke ontdekkingen.

Babet Te Winkel

Uitgeverij Atlas Contact


Babets moeder overleed toen zij net twintig was. Reacties van haar omgeving en de beleving van haar verlies moedigden haar aan om een eigen taal te ontwikkelen en zo ondanks de donkerte een weg terug te vinden naar het leven.

Babets moeder overleed toen zij net twintig was. Reacties van haar omgeving en de beleving van haar verlies moedigden haar aan om een eigen taal te ontwikkelen en zo ondanks de donkerte een weg terug te vinden naar het leven.

Ik was al vertrouwd met het werk van Babet door mijn onderzoek, en keek dan ook uit naar haar boek. In “Zien in het Donker” neemt Babet ons mee door de alledaagse situaties van haar leven na het verlies van haar moeder. Haar schrijfstijl, die neigt naar het columneske, geeft de korte teksten een zekere lichtheid, waardoor ze zowel makkelijk te verteren als uiterst herkenbaar zijn. Babet slaagt erin om situaties te condenseren tot nieuwe begrippen, woorden, waardoor ze verschillende facetten van rouw belicht. Het creëren van een nieuwe taal lijkt niet alleen een persoonlijk verwerkingsproces voor de auteur, maar het is een boek dat deugd doet, in die zin dat je je als nabestaande niet als een uitzondering voelt, met vreemde emoties en gedachten.

Want als er woorden voor deze gevoelens bestaan worden het universele gevoelens en ontstaat er wel een bepaalde samenhorigheid. “Zien in het Donker” is niet alleen relevant voor zij die rouwen, maar biedt ook inspiratie voor mensen werkzaam in de zorg of de directe omgeving van iemand die een dierbare heeft verloren. In het boek schakelt te Winkel tussen de introductie van nieuwe begrippen en meer theoretische kaders rond rouw. Hoewel dit de diepgang van de inhoud verrijkt, doorbreekt het voor mij de ervaring van helemaal ondergedompeld te worden. Mogelijks deed de auteur dit om de nieuwe begrippen te verankeren en geloofwaardigheid te verschaffen. Aan de andere kant zorgt dit referentiekader voor nieuwe interessante literatuur die ik op mijn leeslijstje kan zetten. Kortom “Zien in het donker”: meer dan een nieuwe taal voor rouw

Lisanne Van Sadelhoff

Uitgeverij Das Mag


In ‘Je bent jong en je rouwt wat’ beschrijft Lisanne het ziekteproces van haar moeder en daaropvolgend het rouwproces van haarzelf. Ze schreef dit boek uit noodzaak, om een stem te geven aan afscheid nemen en het daarbij horende verdriet, want een goede handleiding om een rouwproces snel en gestructureerd te doorlopen was er niet.

Dit boek start een beetje als een kleffe vrijdagavondfilm: het ideale gezin beschreven vanuit het standpunt van dochter Lisanne die het leventje leidt waar iedereen van droomt. Twee liefdevolle ouders, een fijne broer, toffe vriend en een knuffelhond zorgen ervoor dat Lisanne als een jonge twintiger lachend door het leven walst en leeft tegen 200km/u. Maar het verhaal neemt een onverwachte wending wanneer haar moeder wordt getroffen door kanker en uiteindelijk sterft. De ziekte wordt beschreven in de ‘we-vorm’, omdat het gezin het hele proces samen ondergaat. Lisannes leven lijkt on hold te komen staan terwijl haar vrienden grote stappen zetten in hun eigen levens. Haar relatie met haar moeder wordt intenser, maar ook fragieler. Met vallen en opstaan ontdekt ze hoe ieder gezinslid op zijn eigen manier omgaat met verwerking en rouw. Wat betekent voor altijd of nooit meer? Wie ben ik en wie zijn wij zonder moeder?

Lisanne ontkracht of onderstreept met humor en kwetsbaarheid de waarheden en clichés die te pas en onpas gedeeld worden. Als ervaren columniste weet ze hoe ze met woorden moet jongleren en herkenbaar maar zonder poespas, schrijft ze over de gelaagdheid van rouw. Van nooit meer leeg lijkende emmers tot het soms bitter gunnen van andermans geluk. Van absurde situaties, zoals je ergeren aan plastic stoelen in de wachtkamer van het ziekenhuis, tot hoe moeilijk het is om hulp te vragen. Of hoe objecten zoals een eenvoudige haarclip of een medicijndoosje stille getuigen zijn, soms om eeuwig te koesteren, soms een hindernis om verder te kunnen leven. Ik las veel gelijkende gevoelens en gedachten, niettegenstaande dat een moeder verliezen helemaal anders is dan je partner verliezen en voelde me, ondanks mijn leeftijdsverschil, lid van haar clubje, het clubje van de ‘jonge rouwers’.

In oktober 2023 verscheen een tweede boek van Lisanne, nl. ‘We zullen doorgaan’, waar ze een twintigtal personen met diverse achtergronden bevraagt over veerkracht. Wat is veerkracht? Waarom heeft de ene persoon meer veerkracht dan de andere? En vooral, hoe maak je jezelf veerkrachtiger op momenten dat je een tegenslag krijgt? Verwacht geen pasklaar antwoord of afvinklijstje, maar wel hoopvolle een eerlijke getuigenissen.

Maud Vanhauwaert

Uitgeverij Das Mag


‘Eindelijk, hier begin ik.’ Zo start May Solovjov docent Toegepaste Taalkunde aan de universiteit een lange brief aan haar uitgever Daniël waarin ze verantwoordt waarom ze zich een jaar in stilzwijgen heeft gehuld en niet ingegaan is op mogelijke opdrachten. Ze verzoekt hem met klem om de brief (het uiteindelijke boek) tot het einde te lezen. Wat volgt is het relaas van een jaar waarin May in de ban raakte van de jonge, kwetsbare Aline, die ze na een lezing over de Russische dichteres Vanja Lavrova leerde kennen. In de complexe relatie die ontstaat tussen deze twee is het steeds moeilijker om waarheid en fictie te onderscheiden.

In ‘Tosca’, de debuutroman van Maud Vanhauwaert, wordt duidelijk dat de vormgeving van een boek de gelaagdheid van een verhaal enorm kan versterken, iets wat ik als vormgever alleen maar kan toejuichen. Een pareltje van weloverwogen grafische beslissingen gaat hand in hand met het verhaal en biedt indirect inzicht in de verschillende personages. Zo zijn de Japanse binding van het boek, waarbij je het gesloten boek stap voor stap moet opensnijden als brieven, de paginanummering die zakt op de bladspiegel naarmate het verhaal vordert, het tussen haakjes plaatsen van tekst, de prachtige cover in diepdruk en de witruimte als onuitgesproken woorden mooie details waarbij woord en taal met elkaar spelen en vervlochten raken. Door deze ingrepen vraagt de schrijfster een engagement van de lezer, waardoor je volledig in het boek wordt gezogen. De titel ‘Tosca’ verwijst naar een Russisch woord dat niet te vertalen is in één Nederlands woord.

 Je kunt het omschrijven als een emotie tussen nostalgie, heimwee en rusteloosheid. Ook dit toont aan hoe afwezigheid vaak veel aanwezigheid in zich draagt. Het intrigeert me om de relaties tussen de personages te ontdekken, sympathie voor elk van hen te ontwikkelen en naarmate het verhaal vordert de complexiteit ervan te begrijpen. Heeft May de suïcidale Aline nodig als project om haar moederlijke gevoelens te ontdekken, of is het Aline die enkel de honger van May om te helpen stilt? Wie is het slachtoffer en wie parasiteert? Het poëtische kat-en-muisspel tussen May en Aline bouwt zich zinderend maar zorgvuldig op, waarbij wordt gespeeld wordt met feit en fictie, en waar leven en dood elkaar constant op de hielen zitten. Als lezer besef ik daardoor dat elk perspectief in welke relatie dan ook zijn waarheid heeft, zelfs het idee dat je afscheid wilt nemen van het leven.

Hilde Vandebroek

Eigen uitgave, te koop bij www.samana.be


Hilde Vandebroek weet uit eigen ervaring dat je als mantelzorger nood hebt aan ondersteuning om de intensieve zorg te kunnen volhouden. Zelf hield ze tijdens de zorg voor haar mama een ‘journal’ bij. Een dagboek, waarin ze beschreef wat ze meemaakte en hoe ze zich daarbij voelde. Omdat dit journal voor haar ook een therapeutische waarde had, besloot ze om er zelf één voor anderen te maken: ‘Me-time, journal voor mantelzorgers’. Met dit boek wil Hilde Vandebroek andere mantelzorgers inspireren en aanzetten tot zelfzorg.

Ik zie steeds meer mooie, met zorg ontwikkelde producten op de ‘zorgmarkt’. Denk bijvoorbeeld aan urnes van ‘Het Laatste Huis’ of ‘Nauwau’ of aan het mooie aanbod van ‘Wabimento’. Hilde Vandebroek voegt hier met haar journal een nieuw hebbeding aan toe, gericht op mantelzorgers. Journals zijn razendpopulair en vind je in alle kleuren en maten, maar deze is dus gericht op diegene die maar al te vaak zeggen ‘het is toch normaal dat ik de zorg op me neem’, zonder vaak de tijd te nemen om stil te staan bij de impact hiervan.

Door dit boek dagelijks vast te nemen, creëer je een moment van rust voor jezelf en word je bewust van je gevoelens tijdens dit proces van zorg. Een dagboek dat je zeker op een later moment nog met veel liefde zal doorbladeren om herinneringen op te halen en vergeten verhalen te koesteren. Korte tekstjes en opdrachten leiden je doorheen het journal en geven net genoeg houvast om er toch een heel persoonlijk document van te maken. Zeker een mooie cadeautip als je een mantelzorger kent en je onrechtstreeks je waardering wil uiten!

Kirstin Vanlierde & Lo Granqvist

Uitgeverij Pelckmans


Dit prentenboek is een uitnodiging voor iedereen, jong en oud, die op weg gaat, keuzes moet maken en dat laatste zetje nodig heeft om ervoor te gaan en te vertrouwen.

Een verhaal van één zin. En toch neemt het je mee. Niet sturend, maar uitnodigend. Geen pasklare antwoorden, wel vertrouwen. Hand in hand met het verhaal gaan de illustraties. Illustraties die mysterie uitstralen en je op weg nemen naar onbekende plaatsen, steeds verder weg. Als lezer zoek je naar suggesties en vermeng je deze met je eigen verhaal of zoektocht. Het boek geeft je vertrouwen dat er altijd een weg is. Of meerdere. Dat het oké is om voor je avontuur te gaan. Op een dromerige wijze geven schrijver Vanlierde en illustrator Granqvist lezers van alle leeftijden dat laatste duwtje om te kiezen voor je eigen weg. Ik onthou vooral dat de reis soms belangrijker is dan de bestemming.

Tom Mariën & Sassafras De Bruyn

Uitgeverij Davidsfonds/Infodok


Het gebeurde plots en voor iedereen onverwacht. Eerst viel het licht uit van Vuurvliegje. Toen vielen haar vleugels stil en dwarrelde ze als een blad naar beneden. De dieren van het bos weten niet wat er aan de hand is en weten nog minder wat ze nu moeten doen. Moeten ze haar naar mier brengen die haar misschien wel kan herstellen? Of weet uil raad? Maar het licht van Vuurvlieg is definitief gedoofd. De dierenvrienden nemen afscheid, maar dan breekt er een poot af. Wat als blijkt dat de ledematen van Vuurvlieg andere dieren kunnen helpen…

De dood is er plots, onvoorspelbaar, onomkeerbaar. Meestal te vroeg, meestal ongewenst. Bij nabestaanden overheerst een gevoel van onbegrip, onmacht, ongeloof. Ze zoeken naar antwoorden die niemand kan geven. Het zal nooit meer hetzelfde zijn. Zo ook in het verhaal van Vuurvliegje en haar vrienden. Ieder van hen gaat op een andere manier om met het verlies, het besef en het verdriet. Toon Mariën vertaalt het complexe onderwerp naar een poëtisch verhaal, dat zich in laagjes laat lezen. Figuurlijke beschrijvingen zorgen ervoor dat het boek voor alle leeftijden geschikt is en er steeds nieuwe inhouden ontdekt worden. Prachtige tekeningen van Sassafras De Bruyn ondersteunen de inhoud, maar benadrukken ook de schoonheid en warmte van vriendschap, zelfs bij een verlies. Metaforisch beschrijft Mariën hoe Vuurvliegje doorleeft in zijn vrienden. Deze insteek kan gelezen worden als het verder leven zolang herinneringen gekoesterd en levend gehouden worden of om een onderwerp als donordonatie aan te snijden. Als kers op de taart schreef Jonas Winterland een lied waar Vuurvliegje zelf aan het woord is en haar laatste reis start. Een weldoordacht en gevoelig boek!

Leonie Lagaune & Els Decaluwe

Uitgeverij Pelckmans


Ster vertelt het verliesverhaal van Broer & Zus. In alle activiteiten die ze ondernemen is Ster bij hen via kleine of grote tekens. Een regenboog, een roodborstje, een veertje of een vlinder geven houvast en het idee dat ze nooit zonder Ster verdergaan. Een boek over troost, hoop en het koesteren van herinneringen. Recensie Leonie Lagaune verloor in 2020 haar zoontje Rafaël. Ze deelt haar aangrijpende verhaal in dit boek met de hoop andere jonge gezinnen te ondersteunen bij het rouwproces en tegelijkertijd nieuwe herinneringen te laten koesteren. De ster in het verhaal symboliseert haar eigen sterrenkindje, maar staat symbool voor elk mogelijk verlies. Persoonlijk zoek ik niet actief naar tekens in al dan niet

Tülin Erkan

Uitgeverij Pelckmans


Sibel wacht in de luchthaven van Istanboel. Elke dag opnieuw mist ze haar vlucht naar Brussel. Wernicke, een afgewezen piloot, Ömer, een zonderlinge veiligheidsagent, en een drugshond vergezellen haar op haar dwaaltocht. In de anonieme setting van de luchthaven lijken ze te spelen met aantrekken en afstoten, met elkaar opzoeken en afscheid nemen.

Een erg bepalend decor, de luchthaven, staat symbool voor transitie, voor anonimiteit en voor steeds herhalende acties die oneindig lijken door te gaan. Een zeer doordachte setting, want laat dit nu net de thema’s zijn die je bij de personages ook herkent. Erkan start haar boek filmisch, in scènes, vanuit nauwkeurige observaties waarbij iedere handeling of ervaring de volle aandacht krijgt. Dit vormt een goede introductie van het eerste personage, Sibel, die iedere dag opnieuw bewust haar vlucht naar Brussel mist of uitstelt. Ze lijkt in transit tussen de Turkse en de Belgische versie van zichzelf en heeft op de luchthaven alle tijd om alles en iedereen te observeren. Subtiel wisselt het perspectief en wordt Ömer, een beveiligingsbeambte, geïntroduceerd. Het icoontje [REC] boven een hoofdstuk geeft aan dat het perspectief verandert en je samen met Ömer door de beveiligingscamera’s de luchthaven in de gaten houdt en nauwkeurig inzoomt op Sibel. Later komt daar de afgewezen piloot Wernicke bij, nog steeds in perfect uniform. Hij speelt uit zelfbehoud nog steeds de rol van piloot, maar leidt aan een ernstige stoornis van het centraal zenuwstelsel en is daardoor al lang niet meer in functie. Deze 3 personages raakten om verschillende reden geïsoleerd en schuwen nabijheid en interactie. Rusteloos op zoek vinden ze elkaar en zoeken ze elkaar steeds op, kort maar betekenisvol. De interacties komen mede tot stand door een bijna bejaarde luchthavenhond, die voor verbinding zorgt. Taal of het ontbreken van taal speelt daarbij een cruciale rol. Als lezer leek ik mee te verdwalen, voelde en herkende ik de spanning en het onbehaaglijke gevoel dat ontstaat bij elke ontmoeting en elk afscheid. Bang om te verlaten en bang om te blijven en je te hechten. Het boek is een zoektocht naar taal en woorden om afscheid te nemen van plekken en mensen die je dierbaar zijn, als je weet dat het afscheid onafwendbaar is. Ondanks dat ik wat elementen miste in de verhaallijnen en personages om me echt te identificeren, bleef het verhaal zeker nazinderen.

Hoe ontslag ook menselijk kan zijn

Annick Ruyts

Borgerhoff & Lamberigts


In dit boek bespreekt de auteur, zelf ervaringsdeskundige, hoe het proces van ontslag geven en krijgen beter kan verlopen. Hoe kunnen werkgevers deze moeilijke boodschap op een respectvolle manier overbrengen en werknemers oprecht bedanken voor hun inzet? Waarom ervaren werknemers het verlies van hun baan vaak als een rouwproces en het kwijtraken van een belangrijk deel van hun identiteit? Hoe kunnen familie, vrienden en voormalige collega’s ondersteuning bieden bij deze verlieservaring? Door middel van getuigenissen van experts, lotgenoten en werkgevers worden in dit boek de verschillende aspecten van ontslag op een laagdrempelige manier belicht.

Een liefdevol boek over verlies.

Claire van ‘t Veen

Uitgeverij /


Het boek “Ik rouw van je” is een waardevolle bron voor zelfreflectie bij verlies, of om aan anderen te geven. Claire van ‘t Veen biedt hierin suggesties voor kleine handelingen, geformuleerd met een grote dosis mildheid. Deze kleine opdrachten zijn geen verplichtingen, maar eerder uitnodigingen tot zelfzorg en bezinning, die je even laten stilstaan of juist doen vergeten. Met liefdevolle beschrijvingen, voortkomend uit haar eigen ervaring met verlies, weet ze zonder haar eigen verhaal op te dringen dit boek tot een troostende doe-boek te maken.

Het gebruik van Artificiële Intelligentie bij rouwverwerking

Bruno Haghebaert

Uitgeverij Storyland


De moeder van auteur Bruno Haghebaert stierf tijdens de COVID-19 pandemie, waardoor niemand toestemming kreeg om bij haar te zijn voor of na haar sterfte. Afscheid nemen en haar samen herdenken was niet mogelijk en dat zorgde voor nog meer gemis. Om haar nagedachtenis levendig te houden, besloot Bruno een QR-code met de link naar haar levensverhaal op haar grafsteen te plaatsen. Het gebruik van QR-codes op grafstenen is niet nieuw. Na wat onderzoek ontdekte ik dat “Quick Responses” al in 2012 werden toegevoegd aan grafmonumenten. Wanneer men een ‘gewoon’ graf bezoekt, vindt men vaak slechts de naam en geboorte- en sterfdatum, terwijl de overledene een heel leven achterlaat. Door het scannen van de QR-code kunnen verhalen en herinneringen worden opgeroepen als eerbetoon, met doorverwijzing naar een persoonlijke website van de overledene, foto’s, video’s en eventueel bestaande sociale media. Ook bijvoorbeeld op begraafplaatsen van soldaten worden deze codes gebruikt om de geschiedenis te bewaren en door te geven aan volgende generaties. Als ontwerper zie ik daar nog wel wat onbenut potentieel in de vormgeving en het maakproces van deze grafstenen met QR-codes waarbij de archetypische ambachtsman een digitale code beitelt en vereeuwigt… Echter, de schrijver gaat een stap verder in zijn boek door te experimenteren met AI in de context van rouwverwerking. Met deze hedendaagse technologie vervagen de grenzen van authenticiteit, tijd en ruimte. Haghebaert deelt enkele gegevens van zijn moeder, waardoor hij, via Artificiële Intelligentie, een geloofwaardige conversatie via SMS met haar kan voeren. De verleiding om je te verliezen in een wereld van digitale simulaties, waarin echte menselijke emoties en verbindingen worden vervangen door kunstmatige substituten, ligt op de loer. De schrijver biedt inzicht in hoe de opkomst van kunstmatige intelligentie niet alleen nieuwe mogelijkheden, maar ook nieuwe dilemma’s met zich meebrengt. Het boek is een boeiende verkenning van de spanning tussen technologische vooruitgang en menselijke behoeften aan intimiteit, zorg en nabijheid. Haghebaert confronteert ons met de vraag: hoe ver zijn we bereid te gaan in onze zoektocht naar betekenis en verbondenheid? Dit boek zal bij iedereen vragen oproepen over de grenzen van privacy, de echtheid van verbondenheid en de waarde van persoonlijke interacties. Hoewel ik zelf geen behoefte heb in een kunstmatig gesprek, begrijp ik dat het voor anderen steun kan bieden. In ieder geval doet het ons reflecteren over ethiek, de rol van technologie en de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen vooruitgang en het behoud van menselijke waarden. Bewust van de onomkeerbaarheid van technologie besluit ik ChatGTP te vragen naar zijn persoonlijke mening over het gebruik van AI bij rouwverwerking. Het antwoord luidt: ‘Mijn persoonlijke mening is dat AI een potentieel waardevolle aanvulling kan zijn op de bestaande ondersteuningsstructuren voor rouwenden, maar dat het belangrijk is om de menselijke factor centraal te houden. Technologie mag nooit de plaats innemen van authentieke menselijke verbindingen en empathie.’ Dat stelt me dan voorlopig toch enigszins gerust 😉

Auteur Kristien In-’t-Ven, Illustrator Martha Verschaffel

Uitgeverij Lannoo


Dit is het verhaal van een meisje dat onverwacht bezoek kreeg. Ze was net deeg aan het kneden voor brood.  Voor haar deur stond iemand met een pakket.  ‘Dit moet een vergissing zijn’, zei ze. ‘Ik heb niets besteld.’  De man wees naar een bundeltje papieren, waarop de naam van het meisje stond. ‘Ben jij dat?’  Ja, knikte het meisje.  ‘Dan is dit voor jou’, zei de man. Hij duwde het pakket in haar armen. Het pakket blijkt een loodzwaar rotsblok te zijn: ruw en hard, een stuk berg waar ze niet om heeft gevraagd, maar dat onvermurwbaar en ongevraagd aanwezig is en blijft. Een rots die haar constant in de weg zit en haar helemaal beperkt in haar doen en laten. Hoe dapper het meisje ook probeert, de rots is er altijd en overal, als een schaduw die haar volgt. Na verloop van tijd creëert de rots een afstand met anderen. Mensen negeren of ontkennen de rots, of begrijpen niet waarom deze zo zwaar blijft. Gelukkig zijn er ook anderen die haar rots wel zien, naar het meisje luisteren en in gesprek gaan, zonder oplossingen op te dringen. Het meisje ziet daardoor dat velen een rots of steen hebben, verschillend van vorm, formaat en gewicht en deze op allerlei manieren proberen te dragen. Geleidelijk voelt het rotsblok lichter en leert het meisje hoe ze haar rots als rugzak met zich mee kan dragen. Ze ontdekt dat de gewone, alledaagse dingen er nog steeds zijn. Met haar handen terug vrij, kan ze deze terug opnemen, maar met dat verschil dat het rotsblok er ook mag zijn. ‘Het meisje en de rots’ geeft voor mij perfect weer hoe verdriet of verlies je overkomt en je helemaal in beslag neemt, hoe er een leven is voor en na, en hoe je plotseling helemaal alleen lijkt te staan. Maar ook hoe jouw verlies aanwezig mag zijn, hoe je het kan delen, en hoe jullie langzaam bondgenoten kunnen worden. De rots, donkerzwart van kleur en hard van lijn, staat in contrast met het fragiele meisje, dat zonder veel details zorgt voor een makkelijke identificatie. Martha Verschaffel speelt meesterlijk met de rots als vorm én inhoud. Ondanks het formaat van de rots werkt ze bijvoorbeeld met leegtes in de bladspiegel die de inhoud en zwaarte van de rots benadrukken. Kristien In-’t-Ven heeft duidelijk ieder woord zorgvuldig afgewogen om tot de poëtische essentie te komen, doorheen de worsteling naar de hoop. Beeld en tekst versterken elkaar daarbij enorm. Ik kan enkel Dirk De Wachter beamen, die op de achterflap concludeert dat dit boek herkenbaar en verlichtend kan zijn voor klein en groot verdriet. Een aanrader wat mij betreft!

Touche.be Netwerk van Zorg & Kwaliteit